English

Het Katholiek Studentenpastoraat in Amsterdam

Home > Read > Het Ware, het Goede en het Schone

Het Ware, het Goede, en het Schone

Door Prof. dr. Rudi te Velde

Waar gaat het om als je spreekt van het ware, het goede, en het schone?

Uit: More, Nieuwsbrief van Stichting Thomas More, 15 november 2021

Mooie woorden die een verlangen in ons naar een hogere werkelijkheid oproepen. Is Rome een geëigende plaats van een dergelijk verlangen? Als centrum van de christelijk-katholieke wereld heeft het in de loop van de geschiedenis talloze mensen willen bijstaan op de weg van het ware en het goede, in de overtuiging dat ware menselijkheid niet anders dan langs deze weg gevonden kan worden. Het is niet een vrijblijvende optie. Het ware moet, het heeft ons in de greep. Wij kunnen en willen de eis tot waarheid niet simpel naast ons neerleggen, evenmin als we er volledig aan kunnen beantwoorden. Wat van een ideaal getuigt, getuigt ook altijd van zijn mogelijke mislukking. Maar vreemd genoeg blijft het ideaal ook in zijn mislukking tot ons spreken.

Waar hebben we het over, het ware, het schone, het goede? Ik herinner me hoe Cornelis Verhoeven tijdens zijn colleges deze woorden licht ironisch, met een zachte g, kon uitspreken. Blijkbaar riepen deze woorden voor hem een roomse associatie op met een katholiserende metafysica. Mijn studiegenoten indertijd deden dan wat lacherig. Ze vonden blijkbaar dat roomse denken van het ware en het goede achterhaalde mooidenkerij. Het geloof in transcendente waarden en idealen roept in onze cultuur sinds Nietzsche steevast wantrouwen en scepsis op. Wantrouwen als het gaat om de vraag wie de maatstaven van waarheid en goedheid bepalen met welk belang, en of er überhaupt wel geldige maatstaven te vinden zijn. Denk aan de discussie over hoge cultuur en lage cultuur. Kunnen we onderscheid maken tussen Saskia Noort en Connie Palmen? Of is uiteindelijk alles een kwestie van wat mensen leuk vinden?

Een trits van transcendentalia

Wat is de achtergrond en herkomst van deze trits: het ware, het schone en het goede? In het middeleeuwse denken, bijvoorbeeld bij Thomas van Aquino, worden deze termen transcendentalia genoemd. De leer van de transcendentalia vormt een centraal onderdeel van de klassieke metafysica. Ze staan voor de overtuiging dat de werkelijkheid zinvol, begrijpelijk, samenhangend is, dus uiteindelijk geen absurde chaos. De ervaring van het negatieve – het lijden, de chaos, de zinloosheid – mag ons dan nog zo sterk bedrukken, die ervaring kan toch niet voor de uiteindelijke waarheid staan.

Mensen hebben een zin voor het ware en het goede

Het begrip ‘transcendentaal’ is afgeleid van het Latijnse transcendere, dat zoiets betekent als overstijgen. Wat in dit geval overstegen wordt is niet de eindigheid van de wereld naar het goddelijke. De transcendentale ideeën van de middeleeuwse filosofie overstijgen de grenzen van de categorieën, een begrip van Aristoteles, dat betrekking heeft op de ordening en indeling van de werkelijkheid in algemene klassen en soorten. Categorieën zijn algemene begrippen waarmee we de werkelijkheid afbakenen en begrenzen. Aristoteles wees er al op dat er ook begrippen zijn die niet beperkend van aard zijn maar universeel voor alles gelden, dus de hele werkelijkheid omvatten. Dat zijn transcendentalia, zoals het zijnde, het ene, en ook het ware en het goede. Al het zijnde is, als zodanig, één, waar en goed, omne ens est unum, verum et bonum.

Transcendentalia zijn behalve universeel ook elementair van aard; het gaat om eerste begrippen, die ten grondslag liggen aan al onze kennis en ervaring van de wereld. Maar ze zijn niet altijd direct aan te wijzen in de concrete inhoud van onze ervaring. Er is veel wat niet waar is, leugen, bedrog, schijn. En er is veel wat niet goed is. Toch kun je verdedigen dat wij niet in staat zouden zijn leugen, onrecht, het verkeerde, etc. te ervaren als iets negatiefs, tenzij in contrast met het ware en het goede, en dat in deze contrastervaring het ware en het goede wel degelijk van zich laten horen. Om gebukt te gaan onder leugen en onrecht, daaronder te lijden, moet men gevoelig zijn voor het eigensoortige appèl van het ware en het goede. Mensen hebben een zin voor het ware en het goede. Het zou kunnen dat juist daarin de menselijkheid van de mens gelegen is.

Het schone als stiefzusje?

Thomas brengt waarheid in verband met het kennen – het bestaat in de overeenstemming van het verstand met de werkelijkheid – en het goede met het streven en de wil – goed is wat waard is om nagestreefd te worden. Wij kennen het ware en willen het goede, althans dat is de bedoeling, en naarmate wij daarin slagen worden wij een goed mens, en dat wil je ook.

Wat is het in dit schilderij, dat kunstwerk, dat het zo mooi of zo subliem maakt?

Maar hoe staat het met het schone? Als het goede gerelateerd is aan de wil en het ware aan het verstand, is er dan nog een plaats voor het schone? Soms lijkt het erop dat het schone het stiefzusje van het goede is. Het hoort er wel bij maar als een ondergeschikt aspect van het goede. Het schone heeft iets van het goede, maar zo dat het streven daarin tot rust komt, in de esthetische ervaring van het behagen; tevens is het schone ook in bepaalde zin gerelateerd aan het kenvermogen, en wel zo, volgens de klassieke definitie, dat het schone behaagt in het beschouwen ervan (quae visa placent). Het beschouwen is een act van het kenvermogen, het behagen is iets van het streefvermogen dat in het schone tot rust komt.

Typisch is dat het schone veel directer voor ons aanwezig kan zijn dan het goede en het ware. Anders dan het ware en het goede heeft het een zintuiglijke presentie. Het raakt ons reeds op zintuiglijk vlak, en daarin manifesteert het al een geestelijke waarde die verwant is aan het ware en het goede. Ik zal dat illustreren aan de hand van de volgende schets.

Een ‘ontmoeting met het schone’

Stel je bent werkzaam op een kantoor. ’s Ochtends fiets je erheen, je stalt je fiets, bij een stalletje neem je nog even koffie, je wandelt het gebouw binnen, je loopt door de hal naar de lift, gaat naar de verdieping waar je kantoor zich bevindt. Je loopt door de gang naar je kamer, hangt je jas op, groet je collega’s, en je gaat aan de slag met de e-mails. Wat gebeurt hier precies. Je bent steeds doelgericht bezig, functioneel, de ingang leidt naar de lift, de lift leidt naar de gang op een verdieping, die gang leidt naar je kamer, die kamer brengt je tot je werk, kortom je beweegt je functioneel door de wereld van het werk.

Dat betekent ook dat je in principe nergens bij stil staat, tenzij misschien eventjes bij reclame-uitingen, zo talrijk in onze publieke ruimte, die iets van je willen, verlangens opwekken en begeertes prikkelen. Maar stel je loopt door de gang naar je kantoor, en daar hangt dan een schilderij, zoals gebruikelijk in onze kantoren en publieke gebouwen. Je staat stil bij het schilderij, je kijkt aandachtig, misschien vind je het mooi, of juist ergerlijk lelijk. Dat kunstvoorwerp, of je het mooi vindt of niet, doet ondertussen wel beroep op je vermogen schoonheid te ondervinden en te waarderen.

Het kunstwerk hoeft niets van je, het heeft geen nuttigheidswaarde, het onderbreekt even de functionele samenhang van de wereld waar je je doorheen beweegt. Het hangt daar, het dient nergens voor, het vraagt alleen maar om gezien te worden, en te bevallen. Het wil geen behoefte bevredigen, ons een prettig gevoel geven, zoals bijvoorbeeld een geurdispenser dat wil doen, of de zachte pasteltinten waarin het kantoor geschilderd is en dat bedoeld is om de werknemers in een plezierige stemming te brengen. Het schilderij wil alleen gezien worden en in zijn schoonheid, van welke aard dan ook, gewaardeerd worden. Het kunstwerk maakt van de passant een beschouwer die belangeloos het werk aanschouwt. Je wordt, om zo te zeggen, aangesproken in je belangeloze openheid voor iets van waarde dat zich in het kunstwerk toont. Het gaat om een waarde die het functionele overstijgt; niet wat kan ik ermee, of wat betekent het voor mij. Het schone is een absolute bron van waarde, absoluut in de zin van in zichzelf, niet relatief tot wat het in mij teweegbrengt.

En als het iets in mij teweegbrengt, dan een respons die het verdient. Dus je kunt je ook oefenen in het ontwikkelen van een gepaste respons: wat is het in dit schilderij, dat kunstwerk, dat het zo mooi of zo subliem maakt? Iets wat bij die pastelkleurige wand niet hoeft. Dus, zou ik zeggen, laten we de wereld van de kunst niet opvatten als een pastelkleurige wand, iets dat mij in een prettige stemming brengt waardoor ik beter kan functioneren.

Dit absolute van het schone geldt in bepaalde zin ook voor het ware en het goede. Het ware en het goede laten zich ook niet reduceren tot een bepaald wenselijk effect dat het in ons teweegbrengt.

Het goede is niet goed omdat en in zover het jouw belang dient of jouw behoefte vervult; het goede vraagt om een houding die verder reikt dan mijn belang of behoefte. Evenals het goede weerlegt de ervaring van het schone in ons de mogelijke zelfzuchtige houding van de consument: als het maar leuk is, als het maar bevredigt.

Patroonheilige

Onze patroonheilige John Henry Newman
Dit is onze patroonheilige kardinaal John Henry Newman.

Cookies

Onze website www.rkspa.nl gebruikt cookies.

 

Recente Tweets

Zorg dat je leven niet onvruchtbaar blijft. Wees nuttig. Laat iets blijvends na. Laat het licht van je geloof en je liefde stralen.

(H. Jozefmaria Escrivá, De Weg nr.1)

Sacramentsdag

De Kerk en de wereld hebben grote behoefte aan eucharistische devoties. Jezus wacht op ons in dit sacrament van de liefde. Laten we de tijd niet sparen om Hem te ontmoeten in aanbidding, in contemplatie vol geloof, en laten we bereid zijn om eerherstel te bieden voor de vele ernstige fouten en beledigingen die in de wereld tegen Hem zijn begaan. Moge onze aanbidding nooit ophouden.

Pinksteren

De Heilige Geest houdt van rust en kalmte, van die kalmte die de ziel voelt als zij niets anders wenst of verlangt dan haar God. Als de ziel steevast verkeert in deze staat van kalmte en niets anders wenst dan Gods wil te kennen om die meteen te volbrengen, dan ondervindt zij een onwankelbare vrede. En als deze vrede eenmaal heerst, dan komt de Heilige Geest tot die ziel en vestigt daar als het ware zijn verblijf; en Hij heerst en geeft zijn opdrachten en bevelen als iemand die zich thuis voelt. Hij geeft opdrachten en bevelen, en wordt onmiddellijk gehoorzaamd.

(Francisca Javiera del Valle, Kom, Heilige Geest)

Laatste update:

Contact

Het Studentenpastoraat is te vinden aan de Keizersgracht 218-B
1016 DZ  Amsterdam
Tel. +31 6 174 172 40 (ook WhatsApp)
www.rkspa.nl
mailformulier

 
Universiteit van Amsterdam
Amsterdam University College
Vrije Universiteit Amsterdam
top